De Voerstreek: van oudsher een fruitstreek

Appelwijn, ook wel cider genoemd, is het vergiste product van appelmost. Vroeger maakte het deel uit van het culinaire gebeuren op het platteland, maar dan werd het lange tijd uit het oog verloren. Dankzij uitgebreide vernieuwingen in het rassenaanbod, de tuinbouwkundige technieken en het productieproces vindt appelwijn nu weer de weg naar de consument.

Tot in de negentiende eeuw stond wijn voor het vergiste product van alle suiker bevattende vruchten. De Franse wetgever vond het in 1889 beter dit woord exclusief voor te behouden voor het vergiste product van druivensap. In die periode slaagden onze zuiderburen er namelijk in de druifluisplaag (Phylloxera) onder controle te krijgen en koesterden ze daardoor de hoop om van Frankrijk het toonaangevende wijnproductieland te maken.

Onze gewesten beleefden in de negentiende eeuw een economische crisis, die de boeren tot de omschakeling van akkerbouw naar veeteelt en fruitteelt dwong. In 1958 kwam de huidige gemeente Voeren zo in het middelpunt te liggen van de dichtst beplante fruitstreek van Europa. Nieuwe teelten vereisten ook nieuwe uitwegen. En zo ontstond een bescheiden vorm van appelwijnbereiding naast stroopbereiding. Deze nevenproducten kenden echter geen hoge vlucht, voornamelijk doordat de appel een vrucht is die je heel lang vers kan bewaren en de noodzaak zo ontbreekt om hem te verwerken tot iets anders. Toen in het midden van de vorige eeuw de teelt op laagstam op gang kwam en er nieuwe rassen werden aangeboden met duidelijk andere eigenschappen, werd de nieuwsgierigheid te groot en werd de ene ontdekking na de andere gedaan. De ‘appelwijn-bereidkunde’ was geboren. Met alle voorhanden zijnde mogelijkheden zou het zonde zijn hier niet mee aan de slag te gaan. Ons fruit is heden ten dage immers van een nooit eerder geziene kwaliteit. Alle telers zijn naast bekwame bedrijfsleiders ook helemaal thuis in de tuinbouwkunde en de biologie. Ze worden bovendien ondersteund door gespecialiseerde onderzoekscentra die op alle vlakken de vingers aan de pols houden zoals rassen, plantsystemen, ziektes, wetgeving.

In de gemeente Voeren onderscheiden we verschillende bodemtypes: kalkhoudend, rijk aan vuursteen (silex), maasafzettingen, löss. Een rijke variatie met tal van mogelijkheden. Het reliëf is zo bijzonder dat specifieke rassen net daar kunnen gedijen waar het hun het best uit komt. Van oost naar west is een klimaatsovergang: van eerder maritiem naar eerder continentaal. Een klimaat dat al twee eeuwen de ideale deken vormt waaronder onze bomen naar hartenlust kunnen leven en mooie oogsten voortbrengen.

Het puzzelen met moeder natuur vormt ieder jaar weer een uitdaging van formaat. De Voerense hoogkwalitatieve appelen uitsluitend bestemmen voor de versmarkt? Dat zou pas zonde zijn. Er kan zoveel meer mee gebeuren: appelwijn natuurlijk, lekker en gezond.


Appels als grondstof voor topwijnen

Komt het water, euh, de appelwijn je in de mond? Kom gerust binnen, proef en geniet van die heerlijke, unieke Voerense godendrank. Een hoogwaardige appelwijn kan alleen de uitkomst zijn van hoogwaardige grondstoffen. Mensen moeten af van het idee dat appelwijn gewonnen wordt uit het minderwaardige fruit dat de vershandel minacht. Het gedroomde vertrekpunt is: appelbomen planten met het oog op appelwijnbereiding, in een ideale combinatie van ras met bodem. Ook snoei, bemesting, plantbescherming en keuze van het oogstmoment moeten dan in functie van het eindresultaat – wijn! – gebeuren.

Eind jaren zeventig keurde de Europese Gemeenschap een subsidie goed voor het kappen van hoogstamfruitbomen, om de overschakeling tot meer productieve laagstamculturen te bevorderen. De gemeente Voeren telde op dat ogenblik nog 950 ha van die oude reuzen. Sindsdien veranderde het landschap en het oude genetische materiaal dreigt te verdwijnen. Nieuwe rassen, op laagstam, deden hun intrede, de smaak van ons fruit veranderde, de productie per hectare vertienvoudigde. Al snel was er sprake van overproductie, mede ook door de toenemende import van vreemd fruit. Een deel van de productie werd uit de handel genomen en vernietigd.

Voordien was de (beperkte) aanmaak van appelwijn een vorm van huisvlijt, niet ontdaan was van romantiek, bol stond van amateurisme maar met een hoog gezelligheidsrendement. Wij besloten het te proberen met de nieuwe rassen die toen verschenen, maar steunend op de oude herinneringen. Het werd ons in eerste instantie afgeraden maar de eerste resultaten waren dermate bemoedigend dat we ermee verder gingen. Dankzij een betere kennis van rassen, bodemkunde en vinificatie (het maken van wijn) slaagden we erin de kwaliteit van de wijn constant te verbeteren. Met enkele andere geïnteresseerde vrienden vormen we nu een klein maar fijn team dat je graag het resultaat van die ontwikkeling laat proeven.

De ervaring van de laatste vijfendertig jaar leerde ons dat we rekening moeten houden met alle mogelijke factoren die het eindproduct kunnen beïnvloeden: het ras, de bodem, de onderstam, de snoei, het plantenbeschermingstraject van bloei tot pluk, de correcte plukdatum, ... en daarna alle stappen in productieproces. 


Het productieproces

Is de oogst binnengehaald, dan komt het erop aan vlug, secuur en hygiënisch te werken: het fruit ontdoen van stof en ongewenste organismen. Daarna malen, persen, voorklaren en de gisting in gang zetten. Daarna de gisting goed opvolgen en niet nodeloos storen. Na ongeveer zes weken is de jonge appelwijn klaar voor de oversteek naar de rijpingsvaten. Daarin blijft hij tussen de zes en de achttien maanden. Dan volgen de filtering en botteling.

We maakten een korte film van het productieproces:



... en een diashow die het je allemaal stap voor stap toont:

Zin om dit edele vocht te proeven en te keuren? Je bent welkom.